Waar vorige keer Timothy Olyphant de silverballer-pistolen van Agent 47 oppakte – één van de weinige lichtpuntjes van die film -, daar is de rol nu doorgegeven aan Rupert Friend. In de introductie wordt ons duidelijk gemaakt dat Agent 47 een product is van een geheim genetisch project, onder leiding van Dokter Litvenko. Nadat de hersendokter onder ogen ziet wat hij heeft gedaan besluit hij het project te stoppen en te vluchten voor zijn werkgevers.

Diezelfde werkgever en de concurrentie willen Litvenko echter dolgraag weer in handen krijgen om het project nieuw leven in te blazen, het probleem is echter dat de dokter onvindbaar blijkt te zijn. Het genetische bedrijf Syndicate International is erachter gekomen dat Litvenko ook een dochter heeft, die iets minder goed is in verstoppertje spelen. Om ervoor te zorgen dat er niet een nieuw Agent-project wordt opgestart, moet Agent 47 de agent van Syndicate International, John Smith (Zachary Quinto), en Litvenko’s dochter Katia (Hannah Ware) uitschakelen.

Bovennatuurlijke krachten

Uiteraard blijkt niet alles zo voor de hand te liggen en al snel zijn Katia en Agent 47 aan elkaar overgeleverd om Litvenko te vinden, voordat Syndicate dat kan doen. Gelukkig is Katia net zoals Agent 47 genetisch gemanipuleerd en is ze niet constant een gillend doelwit. Het aparte is alleen wel dat het niet lijkt alsof Katia genetisch gemanipuleerd is, maar alsof ze bovennatuurlijke krachten heeft. Litvenko heeft haar namelijk extreem gevoelig gemaakt voor geluiden en bewegingen, waardoor ze alles van een afstand hoort en voelt aankomen, alleen komt het meer naar voren alsof Katia lichtelijk in de toekomst kan kijken.

Daar blijft het echter niet bij met de gekkigheden, want ook John Smith blijkt een aantal trucjes in huis te hebben die niet misstaan in het universum van Marvel of DC. De genetisch gemanipuleerde Agent 47 is nog geloofwaardig – hij is immers sneller, sterker en intelligenter dan zijn tegenstanders -, maar voornamelijk John Smith maakt het wel heel erg bont en ook nogal nep. Alsof het niet mogelijk was om op een andere manier een sterke antagonist neer te zetten.

Leren van Terminator

Daarnaast valt ook Hitman: Agent 47 is de enorme valkuil die ook de eerdere Hitman-film beging: er is een regelrechte actiefilm van gemaakt, waarbij Agent 47 vrijwel constant op de vlucht is. Op Hitman: Absolution na is Agent 47 altijd de jager geweest en nooit de prooi. Het komt ook grotendeels doordat Agent 47 geforceerd wordt neergezet als de good guy, terwijl de beste man één blok ijs is, zonder menselijkheid. Hitman: Agent 47 kan veel beter de kale huurmoordenaar gebruiken als antagonist, zoals de eerste Terminator dat deed.

Ook omdat Agent 47 niet echt een babbelbox is, kan hij veel beter op de achtergrond fungeren. Rupert Friend is allerminst een slechte acteur, maar het is nogal lastig om emotie in een karakter te leggen dat geen enkele emotie kent. Het doet de film ook geen goed dat vrijwel elk karakter wel een probleem heeft met emoties – enerzijds door een gebrek aan, of anderzijds door een overvloed aan, zoals Hannah Ware’s Katia. Alleen Litvenko (Ciarán Hinds) lijkt het trucje door te hebben.

Hitman: Agent 47 is een matige actiefilm

Aan het eind van de dag blijft het een raadsel waarom bij Hitman: Agent 47 er weer voor is gekozen om er een vrij simpele actiefilm van te maken. De actie an sich is wel vermakelijk, maar er kan met de serie juist zoveel meer gedaan worden, helemaal als ze eens besluiten om van Agent 47 de antagonist te maken. Hitman: Agent 47 lijkt de serie niet helemaal te begrijpen en dat resulteert in een matige film, waarbij we bijna twee uur lang moeten kijken naar een emotieloze, kale huurmoordenaar, die geforceerd de protagonist moet spelen.