Ori and the Will of the Wisps Preview – Een bekende platformer met een nieuw tintje

    Onlangs gingen we in Londen aan de slag met Ori and the Will of the Wisps. In een mooie paars verlichte kamer die de sfeer van de game nabootste mochten we de game uitproberen. Hoe dat was, lees je in deze preview.

    Ori and the Blind Forest ken je waarschijnlijk wel als je veel platformers speelt en in bezit bent van een Xbox of een PC. Het vervolg van die game komt uit op 11 maart. Ondergetekende mocht de eerste paar uur van de singleplayer campagne spelen en is razend enthousiast. Er zitten veel nieuwe features in het vervolg van de populaire platformer.

    LET OP: Deze preview bevat spoilers van Ori and the Blind Forest!

    Een magische open wereld

    Meteen als je de game opstart, kan het verhaal beginnen. Herinner je nog het einde van de eerste game waar je het ei van Kuro (de uil) ziet in Ori’s woonplaats? Dat ei is nu uitgekomen en Ori wil baby uil Ku leren hoe hij moet vliegen. Dat kan hij alleen niet, omdat zijn vleugeltje is gebroken tijdens een val. Nadat Ori de veer van Ku’s moeder op het gebroken vleugeltje zet, kan hij vliegend de wereld verkennen en samen gaan ze op een testrit. Helaas gaat de rit fout en raken ze elkaar kwijt waardoor je terecht komt in een open wereld waar je Ku in moet gaan vinden.

    De open wereld van Ori and the Will of the Wisps voelt net zo magisch aan als de eerste game. De game laat zich kenmerken door mooie omgevingen, kleuren, muziek en toffe levels. Soms moet je backtracken, omdat je bepaalde eigenschappen in de wereld moet gaan vinden om door een hindernis of een te groot gat heen moet komen en zo zijn er nog meer redenen waardoor je terug wil keren naar eerdere gebieden.

    Zijmissies en spirit shards

    Zo bevat de grote open wereld nu side missies die de eerste game niet had. Zo krijg je missies van bepaalde karakters in de game, zoals het vinden van een item of dat je ergens iets heen moet brengen, waar je een beloning voor krijgt. Ook heb je bepaalde upgrades die spirit shards heten die je in de wereld kan vinden of kan kopen. Zo was er een upgrade waarbij je vast blijft plakken aan de muren wat de game veel makkelijker maakte, maar je hebt ook upgrades waardoor je minder schade krijgt of juist meer levens hebt.

    Je kan sommige spirit shards kopen of upgraden voor spirit light, maar dat is niet het enige wat je met spirit light kan doen. Je kan met dat ook mappen kopen. In de eerste game moest je een bepaald item vinden om mappen vrij te kunnen spelen, maar nu kan je ze kopen bij een personage genaamd Lupo. Naast de upgrades heb je ook skills die je kan vrijspelen en je kan instellen op een quickslot waardoor je bepaalde moves kan doen met Ori die je eerder niet kon doen, zoals pijlen schieten en je levensbalk met energiecellen regenereren.

    Ori kan vechten

    Het grootste verschil tussen de eerste game en dit vervolg is dat Ori zelf kan gaan vechten. Ja, dat lees je goed. Het vechtsysteem is nu helemaal anders. In de eerste game had je een balletje om je heen die vijanden op een afstandje beschoot, maar nu moet je dichtbij je vijanden komen om ze uit te kunnen schakelen, want Ori moet zelf kunnen vechten om te overleven en dat doet hij met verschillende moves.

    Je hebt een soort zwaard waar je vijanden mee moet slaan, je kan een ground slam doen waardoor vijanden die een pantser hebben toch beschadigd worden, en je kan pijlen op vijanden af schieten. Al kost dat laatste wel energiecellen. Gelukkig zijn energiecellen makkelijk te verkrijgen. In sommige gebieden heb je bijvoorbeeld de pijlskill nodig om verder te kunnen naar een volgend gedeelte en op die plekken liggen veel energiecellen die weer terugkeren waardoor je oneindig je no-scope kan oefenen.

    Ori heeft al deze vechtkunsten wel nodig, want je hebt in deze game niet alleen je typische obstakels. Je hebt bossfights die wel een stukje moeilijker zijn dan je standaard vijanden. Zo vecht je in de eerste paar uur tegen een gigantische wolf die je probeert af te maken, een groot soort tor die op je af springt, maar er zijn nog meer grotere gevechten te vinden in dit vervolg die je elk met een andere tactiek moet gaan afmaken.

    Een heerlijk platformsysteem

    In Ori moet je natuurlijk niet alleen gaan vechten. Zonder platformelementen heb je geen platformgame, maar dat element zit meer dan genoeg in dit vervolg en je leert steeds nieuwe moves waardoor je keer op keer moet gaan aanpassen aan de omgeving en de verschillende obstakels die je in de open wereld van Ori tegenkomt.

    Ongeveer na 2-3 uur in de game heb je bijvoorbeeld een watermolen die je moet gaan activeren en moet je de bewegende tandwielen gebruiken om hogerop de molen te kunnen komen. Je hebt moves waardoor je aan een bepaald oppervlak moet gaan vastgrijpen, je moet double jumpen, dashen en dan weer een vijandelijk projectiel gebruiken om verder te komen en dan moet je alles combineren. Dit is waar de gameplay van Ori op z'n sterkst is.

    Ori and the Will of the Wisps Preview – Een heel andere game

    Er valt weinig negatiefs te zeggen over het vervolg. De game is flink gepolijst, er waren twee kleine bugs, maar de heerlijke plaformelementen, het soepele combatsysteem en alle nieuwe toevoegingen aan dit vervolg zorgen ervoor dat je zeker naar deze game moet gaan uitkijken wanneer het uit komt op 11 maart!

    Ori and the Will of the Wisps

    Verkijgbaar vanaf 11 march 2020

    Meer over deze game

    © 2005 - 2020 XGN B.V. Alle rechten voorbehouden.