Aan het begin van Jurassic World staat op het eiland Isla Nublar eindelijk het dinosauriërpark dat de miljardair John Hammond (destijds gespeeld door Richard Attenborough) in Jurrasic Park voor ogen had. Tienduizenden bezoekers per dag kunnen hun ogen niet geloven als ze van dichtbij en veraf een kijkje mogen nemen bij de diverse giganten. Onder die bezoekers vallen ook de twee broers Zach (Nick Robinson) en Gray (Ty Simpkins), die onder 'toeziend oog' van hun tante Claire staan.

Genetische idioten

Eigenlijk is Claire (Bryce Dallas Howard), als hoofd marketing van Jurassic World, met compleet andere zaken bezig. Het fokken van dinosauriërs is niet gratis, dus is het haar taak om nieuwe sponsors voor het park te vinden, met als nieuw lokkertje een genetisch gemanipuleerde dinosauriër. Inderdaad, omdat de huidige inwoners van het park niet voor genoeg problemen zorgen, maken ze maar een superieure dino: een dino met het basis-DNA van een T-rex, aangevuld met DNA van andere dieren.

Om te zorgen dat niet alweer de pleuris op het eiland uitbreekt, moet Claire met tegenzin, maar op aandringen van haar baas Masrani (Irrfan Khan), de hulp inroepen van haar ex-geliefde: oud-militair en raptor-trainer Owen (Chris Pratt). Voordat Owen ook maar één tip kan geven is het - je raadt het waarschijnlijk al - te laat en rent de genetisch gemanipuleerde dinosauriër de deur uit, rechtstreeks op 20.000 bezoekers af. En hoe houd je zo’n moordmachine in hemelsnaam tegen?

Jurassic Park 2.0

De toevoeging van een, als we die term mogen gebruiken, echte antagonist zorgt ervoor dat Jurassic World meer overeenkomsten heeft met Jurassic Park in vergelijking met de andere sequels en dat is een groot pluspunt. De spanning is weer terug van weggeweest en de Super Rex kan zich meten met de T-rex uit het origineel qua dreiging. Ook de velociraptors keren terug, maar deze keer in een iets andere rol, die ook een hoop persoonlijkheid geeft aan de venijnige diertjes.

Qua personages zit het ook weer snor. Chris Pratt is een waardige opvolger van Sam Neill - deze keer wel met gevoel voor humor - en de twee broers zijn een stuk minder irritant en produceren veel minder decibels dan Tim en Lex uit het origineel. Zelfs Claire, die aan het begin de kwelling van de film lijkt, kweekt gaandeweg steeds meer goodwill. En dan is er nog de menselijke bad guy Hoskins (Vincent D’Onofrio) die ons doet herinneren aan de legendarische rol van Wayne Knight in Jurassic Park.

Dino’s stelen de show

En dan is er natuurlijk nog de kwestie van special effects, datgene wat Jurassic Park gelijk tot klassieker bombardeerde. Zoals we van Jurassic World mogen verwachten zien de dinosauriërs er natuurlijk weer geweldig uit, maar het paradepaardje is toch echt de genetisch gemanipuleerde dino. Met een bijna witte huid en nog wat speciale trucjes steelt dit dier met afstand de show, al mogen we de haai-walvis-hybride en vernieuwde raptors ook niet vergeten.

Jurassic World is de rechtmatige troonopvolger

22 jaar na dato mag Jurassic World zich eindelijk uitroepen tot een waardige opvolger van Jurassic Park. De dinosauriërs zien er weer geweldig uit, de karakters zijn goed uitgewerkt, het verhaal loopt vlot door, er zitten redelijk wat grappige momenten in en de liefhebbers van het origineel kunnen de talloze referenties vast wel waarderen. We kijken dan ook uit naar het vervolg, dat er gezien één scene zeker aan zit te komen.