Gears of War gaat inmiddels al bijna 20 jaar mee, maar de
oorlog tegen de Locust is nog lang niet uitgevochten. Sterker nog: in Gears of
War: E-Day gaan we helemaal terug naar het moment waarop die strijd begon.
Voelt het net zo goed om die allereerste Locust terug de grond in te stampen
als om de oorlog te winnen? Dat ontdek je in deze Gears of War: E-Day review.
Gears of War: E-Day speelt zich 14 jaar voor de originele
Gears of War af, net na het einde van de Pendulum Wars. Na tientallen jaren
oorlog is er eindelijk een fragiele vrede op Sera en keren veel COG-soldaten
terug naar hun normale leven. Lang kunnen ze daar alleen niet van genieten,
want onder de grond beweegt een nieuwe dreiging.
De game speelt zich af in Kalona, een grote industriestad
die ooit bekendstond om innovatie en wetenschappelijke vooruitgang. Het is hier
waar Marcus Fenix, Dom Santiago en de rest van de mensheid kennismaken met een
compleet nieuwe vijand: de Locust.
Die komen niet met een paar tegelijk voorzichtig uit de
grond gekropen. De Locust vallen massaal aan en binnen de kortste keren
verandert Kalona in een enorm oorlogsgebied. Daarmee krijgen we eindelijk te
zien hoe de oorlog begon die de rest van de Gears-serie zou bepalen. Dat gebeurt
in een avontuur dat met dik 14 uur langer dan elke andere Gears is.
Alsof Michael Bay Gears heeft ontdekt
Hoewel we daarin teruggaan naar het begin, heeft The
Coalition allesbehalve klein uitgepakt. E-Day is groter, bombastischer en
op sommige vlakken uitgebreider dan ooit. Soms voelt E-Day bijna als een Michael Bay-productie waarin
je midden in een invasie zit die je aan het verliezen bent. Gebouwen storten in, Locust komen overal vandaan en regelmatig verandert een rustige situatie binnen een paar seconden in complete chaos.
Ook de cutscenes voelen cinematischer dan ooit, maar wat er echt
uitspringt zijn de epische vuurgevechten. Dankzij Unreal Engine 5 gebeurt er
soms ontzettend veel tegelijkertijd op het scherm. Sera is ook nog niet de compleet verwoeste
wereld uit de eerdere games, al verandert dat heel snel tijdens het spelen.
De grootste vernieuwing zit alleen niet in de explosies,
maar in de wereld. Tijdens de vijf acts die de game telt kom je op redelijk wat
verschillende plekken terecht. Je trekt door een ten onder gaande stad, ontdekt
de eerste sinkholes van de Locust en komt onder andere in een bos en een
Imulsion-raffinaderij terecht. Niet elke omgeving is even interessant, maar het
is wel fijn om niet 14 uur door de verwoeste stad te lopen.
Eerdere Gears-games waren verder ook redelijk lineair, terwijl E-Day je in semi-open gebieden een stuk meer vrijheid geeft. Er is een duidelijke kaart en naast het hoofddoel kun je op
pad voor zijmissies waarbij je bijvoorbeeld andere Gears of bewoners helpt.
Hierdoor voelt het veel meer alsof je daadwerkelijk door een district trekt in
plaats van door een reeks gevechtsarena's die netjes achter elkaar zijn gezet. Die zijmissies zijn alleen niet allemaal even sterk en worden snel repetitief.
Ook in co-op heeft de vrijheid een nadeel. Met maximaal vier
spelers is de neiging groot om allemaal een andere kant op te gaan, maar dat
laat E-Day niet toe. Je moet bij elkaar in de buurt blijven, wat een beetje
botst met de grotere vrijheid die de game je juist probeert te geven.
Je krijgt voor de afwisseling ook nog een paar keer iets anders te doen dan lopen en schieten. Zo mag je vanuit een helikopter schieten in on rails gedeelten en moet je regelmatig een soort Horde level spelen, waarbij je een konvooi of een gebouw moet beschermen.
Niet meer zo stroperig
Ondanks alle veranderingen voelt de besturing direct bekend.
Gears is al een paar delen niet meer zo stroperig als vroeger, maar E-Day doet
daar nog een schepje bovenop met een vernieuwd coversysteem en meer
bewegingsvrijheid.
Je kunt over meer dingen heen klimmen, bepaalde gaten
oversteken en op nieuwe manieren dekking zoeken. Hierdoor beweeg je
realistischer door de wereld en kun je tijdens een vuurgevecht makkelijker van
positie wisselen.
Helemaal vlekkeloos werkt dat niet. Soms wil je karakter
niet meteen klimmen en er zijn genoeg plekken waar je voor je gevoel makkelijk
overheen zou kunnen stappen, maar waar de game dat niet toestaat. Dat kan
vooral tijdens het verkennen behoorlijk irritant zijn.
Bekende Locust en enorme monsters
Die vernieuwde besturing komt goed van pas, want er loopt
genoeg gespuis rond om je kogels op leeg te schieten. Een aantal bekende Locust
uit eerdere delen keert terug en valt je met hun eigen vertrouwde wapens aan.
De standaardtroepen komen in flinke aantallen op je af, maar E-Day heeft ook een aantal nieuwe tegenstanders. Berserkers stormen bijvoorbeeld op je af om je van dichtbij in elkaar te slaan.
Het leukste is alleen wanneer The Coalition de echt grote
jongens loslaat. Je komt oog in oog te staan met enorme Locust zoals Brumaks,
Corpsers en Reavers, al komen die laatste naar onze smaak iets te vaak voorbij.
Daarnaast zijn er kikker- of krokodilachtige Locust en nog meer
monsters die laten zien dat het leger onder de grond uit veel meer bestaat dan
wat soldaten met geweren.
Al die wezens staan onder leiding van generaal
Vraakh, de voorloper van RAAM. Hij is zo meedogenloos en bruut dat hij regelmatig doet denken aan
RAAM, de epische eindbaas uit de eerste Gears of War. Daarmee heeft E-Day een
tegenstander die uitstekend bij de brute toon van de rest van de game past.
Waar je met Vraakh een gloednieuwe en geduchte tegenstander
hebt, is het wapens is E-Day een waar feest
der herkenning. De Gnasher, Hammerburst, Longshot, Boomshot en Torque Bow zijn
weer van de partij, net als verschillende Lancers. Vooral voor fans is het tof
dat E-Day eindelijk laat zien waar de iconische Chainsaw Lancer vandaan komt.
Er is gelukkig ook genoeg nieuws te vinden. Zo kun je aan de
slag met de Striva, een gun die van dichtbij enorm veel schade aanricht, en
zijn er onder andere Stim- en Concussion-granaten.
Daarnaast kun je wapens en armor van mods voorzien. Daarmee
kun je bijvoorbeeld meer munitie meenemen, stabieler richten of meer schade
aanrichten. Zo kun je tot op bepaalde hoogte je eigen speelstijl bepalen zonder
dat Gears ineens in een uitgebreide RPG verandert.
Een feature die ondergetekende ineens miste, is de
mogelijkheid om granaten op een oppervlak te plakken of vijanden ermee te
slaan. Dat was een toffe feature uit eerdere delen. Gelukkig kun je Locust die
je op hun knieën hebt gedwongen nog altijd op brute wijze finishen.
Met 12 Gears tegelijk knallen
Zoals in voorgaande delen kun je de campagne alleen spelen
of samen met anderen. Online kan dat met maximaal vier spelers en op console is
split-screen voor twee spelers aanwezig. Na de campagne kun je bovendien nog
uren verder met Versus en Horde Siege.
Vooral die laatste modus pakt flink uit. Horde Siege
ondersteunt maximaal 12 spelers, verdeeld over drie squads van vier spelers. Je
kiest uit klassen als Assault, Breacher, Marksman en Medic en werkt samen om
doelstellingen te voltooien, grondstoffen te verzamelen, verdedigingen te
bouwen en vooral heel veel Locust om zeep te helpen.
Versus houdt het met 4-tegen-4 juist wat klassieker. Je kunt
aan de slag met modi als Team Deathmatch, Conquest, Demolition en Crucible. De
maps brengen je ondertussen naar nieuwe plekken zoals de Kalona Market, een
Park en Outpost.
Conclusie Gears of War: E-Day Review
Gears of War: E-Day gaat helemaal terug naar het begin van
de oorlog tegen de Locust, maar voelt nergens als een stap terug. The Coalition
heeft alles uit de kast gehaald om Emergence Day neer te zetten als een
gigantische invasie en slaagt daar prima in. De game is met 14 uur ook lekker
lang.
Tegelijkertijd wordt er genoeg vernieuwd, al is niet alles
even goed uit de verf gekomen. Zijmissies voelen bijvoorbeeld repetitief en de
vrijheid heeft grenzen. Daar staat alleen een heerlijk bombastische Gears
tegenover waarin de Locust weer op hun allerbest zijn.