Er is inmiddels vrij veel gezegd over waarom
Donkey Kong Banaza zo goed is. Toch is er nog iets dat eigenlijk even in de schijnwerpers mag staan. Nintendo heeft eindelijk een reisgenoot gemaakt waar je je niet aan ergert.
Nintendo heeft inmiddels een lange geschiedenis van protagonisten die, zelfs in single-player games, eigenlijk nooit alleen zijn. Regelmatig hebben Mario, Link en andere Nintendo-helden een metgezel. Deze is soms belangrijk voor de plot, andere keren is het de verklaring voor een nieuwe vaardigheid. Maar heel vaak heeft dit personage de taak om je te helpen.
Dat lukt alleen niet altijd goed. Tenminste, het helpen op zich gaat prima, maar de speler kan het vaak slecht waarderen. Zelda heeft beruchte voorbeelden met Navi uit
Ocarina of Time en Fi uit
Skyward Sword, maar ook in andere games vind je dit soort personages. Professor E. Gadd is in
Luigi’s Mansion 2 misschien wel erger dan Navi en Fi bij elkaar.
Dat Donkey Kong in Bananza altijd een 13-jarige Pauline op zijn schouder zou hebben, die ook nog eens volledig voice acting zou krijgen, was wat mij betreft niet meteen goed nieuws. De game zag er natuurlijk nog steeds goed uit en als Zelda-fan laat ik met niet uit het veld slaan door een enigszins irritant hulpje, maar ik zat ook niet te wachten op overduidelijke hints. Wat blijkt? Pauline is één van de beste metgezellen die Nintendo ooit heeft gemaakt.
De juiste informatie
Het allerbelangrijkste daarbij is natuurlijk dat Pauline je informatie geeft waar je wat aan hebt. Dat is eigenlijk altijd de grootste klacht geweest over Nintendo’s hulpjes in oudere games. Vaak herhaalden ze iets dat net gezegd was door een ander personage, of dat vrij duidelijk gecommuniceerd werd in een korte cutscene. Maar wat Pauline opmerkt zijn dingen die je als speler daadwerkelijk zou kunnen missen.
Het is namelijk niet ongebruikelijk dat het in Donkey Kong Bananza wat druk is op het scherm. Vijanden laten vaak meerdere dingen vallen en als je flink bezig bent om rotsen te breken kunnen de stenen en keien om je oren vliegen. Temidden van de actie kan het bovendien zijn dat er iets interessants gebeurt precies op het moment dat je de camera wegdraait, of dat er een rotsblok je zicht op een voorwerp blokkeert.
Je kunt vrij makkelijk missen dat een vijand een vinylplaat achterlaat, of dat er een helende appel uit dat laatste rotsblok kwam dat je stuksloeg. Dus dat Pauline het even hardop opmerkt is verrassend vaak behulpzaam. Bovendien houdt ze meestal haar mond als er geen twijfel kan bestaan dat jij het ook hebt gezien.
Geen onderbrekingen
Bovendien kan Pauline dankzij de volledige voice acting hints geven zonder je gameplay te onderbreken. Dat is iets waar vorige Nintendo-hulpjes bijzonder slecht waren. Neem bijvoorbeeld Navi, die in Ocarina of Time op een gegeven moment onderbreekt om je erop te wijzen dat een gang in een dungeon verdraaid is, terwijl je dat echt onmogelijk kan missen.
Om Navi “This corridor is all twisted!” te laten zeggen, dwingt de game je om te stoppen met lopen en een tekstbox te lezen. Dit is bovendien geen ‘hint’ die je kunt overslaan. Elke keer dat je de game opnieuw speelt, wordt je gewezen op iets dat je kunt zien en dat je, zeker na meerdere playthroughs, waarschijnlijk al weet voor je naar binnen stapt.
Die onderbreking is er niet als Pauline je wijst op een banaan. Dus zelfs als je hem gezien hebt, kost de hint je geen tijd en haalt hij je niet uit de flow van de game. Hints krijg je bovendien voornamelijk bij bananen die je kan missen als ze maar heel even in beeld zijn terwijl je de camera draait, of bananen die verborgen zijn. Bij een banaan waar je hoe dan ook langsloopt, weet Pauline dat je hem hebt gezien en is ze stil.
Je mag gewoon de game spelen
Dat Pauline voice acted is, helpt dus enorm om een snelle hint minder irritant te maken. Maar voice acting had haar rol ook veel erger kunnen maken, als er teveel hints waren geweest. Veel games, zowel van Nintendo als van andere uitgevers, hebben er een handje van om hints te gaan geven zodra je niet in een rechte lijn naar het volgende doel loopt.
Als je even stilstaat, of nog even controleert of er echt niets meer te halen is in de ruimte waar je bent, is er als snel iemand die je wijst op een ladder, of zegt dat je een manier moet vinden om een verdieping lager te komen. Het is een praktijk die hoog staat als je een lijst maakt van snelste manieren om een hekel te krijgen aan de voice acting in een game.
In Donkey Kong Bananza heb je dat niet. De game verwacht eigenlijk dat je zijsporen neemt en je laat afleiden. Je kunt verzoeken dat de game je er even aan herinnert waar je ook alweer heen moest, maar als je een beetje rond aan het graven bent, zal Pauline nooit zeggen dat je iets anders moet gaan doen, zeker niet elke 10 seconden. De game laat je spelen zoals je zelf wil.
Het ideale hulpje bestaat wél
Lange tijd heb ik gedacht dat het ideale hulpje in een game er één was waar je zo weinig mogelijk van merkte. Hier en daar een kleine hint was wel te verdragen, maar het liefste kon je als speler vergeten dat je überhaupt een metgezel had. Games waarin je er daadwerkelijk niet één had, waren helemaal mooi.
Ik zal ook zeker niet zeggen dat elke game een Pauline mag hebben. Een energiek 13-jarig meisje past bij de sfeer van Donkey Kong Bananza en dat dat haar karakter is helpt je om het te vergeven als ze “Ooh, a banana!” roept terwijl je hem zelf ook had gezien. Maar als je een personage als Navi of Fi zou omtoveren tot een spraakzaam Pauline-achtig personage met volledige voice acting, verpest het de sfeer van hun games.
Maar Pauline heeft me wel overtuigd dat Nintendo nu echt weet hoe je een hulpje in een game verwerkt. Ik heb zelden meegemaakt dat een metgezel zoveel praatte en toch respect had voor de intelligentie en eigen wil van de speler. Als het voortaan vaker zo kan, mogen we daar blij mee zijn.