Wie het Computerspielemuseum in Berlijn binnenloopt, krijgt
waarschijnlijk eerst hetzelfde gevoel als ondergetekende: wauw, dit kan weleens
wat worden. Wij bezochten onlangs IFA in Berlijn, maar konden het niet laten om
naar het eerste videogamemuseum ter wereld te gaan.
Onderaan in de tekst vind je een video die we gemaakt hebben van het museum.
Je bent een gamer in hart of nieren of niet? We schreven al
over het gaming gedeelte op IFA, maar we zijn nog een stapje verder gegaan door
het Computerspielemuseum te bezoeken. Dit museum is door Guinness World Records
erkend als het eerste videogamemuseum ter wereld.
Een kaartje kost slechts 12 euro en daarna kan het plezier
beginnen. Bij de kassa word je meteen welkom geheten door grote beelden van
bekende gamepersonages, zoals Lara Croft en
Rayman. Ze zetten direct de toon: hier draait
alles om de geschiedenis en cultuur van videogames.
Wie daardoor een enorm museum verwacht, komt eenmaal binnen
voor een verrassing te staan. Het Computerspielemuseum is eigenlijk helemaal
niet zo groot. Sterker nog, met slechts een paar ruimtes zou je er zo aan
voorbij kunnen lopen. Doe dat vooral niet, want achter die bescheiden omvang
gaat een enorme hoeveelheid gamegeschiedenis schuil.
En dan bedoelen we ook écht geschiedenis. Het museum opende
in 1997 in Berlijn de eerste permanente museumtentoonstelling ter wereld die
volledig draaide om digitale interactieve entertainmentcultuur. De huidige
vaste tentoonstelling opende vervolgens in 2011 en telt inmiddels meer dan 300
objecten. Kortom, het gebouw is klein, maar binnen die kleine ruimte val je écht
met je neus in de boter.
De geflopte N-Gage krijgt hier de liefde die hij verdient
Ondergetekende begon in de ruimte aan de linkerkant en heeft
daar stiekem misschien iets te veel tijd doorgebracht. Waarom? De volledige
ruimte was gewijd aan de Nokia N-Gage.
Wie rond 2000 met dit Finse apparaat heeft rondgelopen,
krijgt hier spontaan last van nostalgische gevoelens. De N-Gage was een mobiele
gametelefoon, gemaakt voor hardcore gamers, maar flopte compleet door die
benadering (alsook rare ontwerp). Ondergetekende behoorde alleen tot die kleine
groep mensen die het apparaat wél geweldig vond (en spijt als haren op het
hoofd die dan ook ooit weggedaan te hebben).
Het museum heeft er momenteel zelfs een complete tijdelijke
tentoonstelling aan gewijd: A Fantastic Failure. Daarin wordt niet
alleen gekeken naar de redenen waarom Nokia’s gamingtelefoon zo hard flopte,
maar ook naar de invloed die het apparaat heeft gehad. Er zijn originele
apparaten, games en allerlei verhalen rondom de N-Gage te vinden. Ja, je kan
zelfs even gamen op één. Tip: speel dus even Pandemonium!
Wat ook ontzettend gaaf gedaan is, is de aankleding van deze
expositie. Verschillende N-Gage-games zijn bijvoorbeeld uitgestald in een
enorme N-Gage-vorm. Ongelooflijk om te zien hoeveel games er eigenlijk uit zijn
gekomen op dat apparaat.
Daarnaast zijn er een paar audiofragmenten te luisteren.
Eéntje is bijzonder grappig. Een man vertelt hoe hij jarenlang met zijn N-Gage
rondliep en op een dag in een café iemand tegenkwam die óók zo'n ding had. De
kans daarop was vermoedelijk kleiner dan het vinden van een shiny Pokémon. Hij
vroeg haar uiteindelijk zelfs ten huwelijk. Dat huwelijk kwam er niet, maar tot
op de dag van vandaag zijn ze goede vrienden.
Gamen verbindt!
En wist je trouwens dat er zelfs jaren na de oorspronkelijke
levensduur nog N-Gage-games zijn verschenen? Alleen al dit soort feitjes zorgen
ervoor dat je hier veel langer blijft hangen dan gepland.
Van Pong tot een bedrade pluchen hond
Nadat ondergetekende dan ook véél te lang bij het N-Gage gedeelte
had rondgehangen, was het tijd voor de rest van het museum. Daar begint de
echte reis door de geschiedenis van videogames.
Verwacht niet simpelweg een rij vitrines met oude
spelcomputers. Het museum probeert juist te laten zien hoe gaming zich door de
jaren heen heeft ontwikkeld. Je komt schaakcomputers tegen, Pong, oude
homecomputers, handhelds en zelfs een merkwaardige bedrade pluchen hond uit de
jaren 70.
Een van de hoogtepunten is de enorme Wall of Hardware,
waarop tientallen belangrijke spelcomputers en computers uit verschillende
periodes te zien zijn. Daarnaast is er aandacht voor vijftig games die volgens
het museum een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van het
medium. Het is enkel jammer dat dit stopt bij Grand Theft Auto IV, er mag dus
een upgrade komen.
Verschillende delen zijn vervolgens opgedeeld in thema's. Zo
is er aandacht voor virtual reality, baanbrekende games, geluid in videogames
en de ontwikkeling van hardware. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het komt
ergens voorbij.
Voor gamers voelt het daardoor alsof je even Nathan Drake
bent en een schat van ongekende waarde hebt ontdekt. Alleen hoef je ditmaal
geen half ingestorte tempel te beklimmen om erbij te komen (sterker nog: het
museum is toegankelijke voor mensen met een rolstoel).
Quelle-games: een bijzonder stukje Duitse
gamegeschiedenis
Een opvallend stukje is speciaal interessant voor Duitse
gamers: de cartridges van Quelle.
Voor Nederlanders zegt die naam waarschijnlijk weinig, maar
Quelle was een gigantisch Duits postorderbedrijf. In de jaren 80 verkocht het
bedrijf ook videogames. Daar zaten onder meer Atari 2600-games tussen die onder
de naam Quelle Versand verschenen. Bestaande spellen werden daarbij onder een
andere, vaak Duitse titel en met een eigen verpakking verkocht. Zo bestaan er
Quelle-cartridges met namen als Billard, Eishockey-Fieber, Labyrinth en het
geweldige Pac-Kong.
Quelle bracht daarnaast via het label QuelleSoft ook games
voor onder meer de Commodore 64, Atari XL en Amstrad CPC uit, vaak goedkoper
dan de oorspronkelijke uitgaven.
Zo blijkt? Een middagje museum verrijkt je kennis.
Kijken? Welnee, gewoon gamen!
Al blijft het niet bij vitrines bekijken en bordjes lezen. Gelukkig
niet.Een aantal ruimtes staat vol met speelbare games en arcadekasten. Het
museum heeft zelfs een complete arcadehal in de stijl van de jaren 80 en
verschillende historische woonkamers waarin je games uit die periodes kunt
spelen.
Wij speelden onder meer een remake van Pong tegen elkaar en
dat was geweldig.
Het mooiste is dat je niet extra hoeft te betalen. Het
spelen zit gewoon bij je entreeticket inbegrepen. Voor twaalf euro kun je dus
niet alleen een enorme verzameling gamegeschiedenis bekijken, maar ook zelf
achter verschillende apparaten kruipen. Dat maakt de prijs-kwaliteitverhouding
bijzonder goed.
Niet alles is perfect
Zijn er dan helemaal geen nadelen? Jawel. Houd er rekening
mee dat het binnen behoorlijk warm kan worden door alle apparatuur. Breng dus
geen bezoek in hartje zomer. Daarnaast misten we een audiotour. Bij een museum
waarin zoveel verhalen verstopt zitten, zou dat een geweldige toevoeging zijn,
nietwaar?
Al zat de grootste teleurstelling achteraf toen we de museumwinkel
bezochten. Daar kun je een prachtig boek over de geschiedenis van het
Computerspielemuseum kopen. Datw wil je hebben, toch?! Er is alleen één
probleem: dat is enkel te koop in het Duits. Scheiße
Een must voor iedere gamer
Ondanks die paar minpunten is het Computerspielemuseum in
Berlijn een hele dikke aanrader. Het museum is kleiner dan je misschien
verwacht, maar onderschat het vooral niet. Je nostalgische hart gaat vanzelf
sneller kloppen als je hier naar binnen stapt. En er gingen al veen namen je
voor, zoals Hideo Kojima, Randy Pitchford en Nicolas Gaume. Nu jij nog!