Alwins Avonturen in Skyrim: De drugsden

Article
zaterdag, 30 juni 2012 om 14:00
xgn google image
Gisteren ontdekte ik de brandende kracht van de zon, nadat ik in een almachtige vampier werd veranderd. Vandaag zetten we mijn avonturen voort en ga ik op pad om de Volkihar aan de macht te helpen.
Gebukt onder de brandende zon snel ik naar een grote boom, om daar schaduw te zoeken. ‘Dit is toch geen leven’, denk ik bij mezelf. ‘Geen wonder dat die vampiers maar een beetje in hun kasteel rondhangen en de nieuwkomer op pad sturen. Eikels.’ Toch besluit ik geduldig te wachten tot de laatste zonnestralen achter de horizon zijn verdwenen, waarna ik mijn wandeling voortzet. Vele uren en een aantal gebarsten blaren op mijn hiel later kom ik aan bij een vervallen huisje. Al vanuit de verte is duidelijk dat het gebouw de aanwezigheid van bandieten kenmerkt, maar ze lijken nu uit op bloed. Zonder mijn wapens te trekken benader in het huisje. Verrassend genoeg negeren ze me. Al gauw is duidelijk waarom: onder het huisje is een Skooma-verkooppunt gevestigd. Ik heb dus te maken met een ouderwetse groep drugsdealers.
Gerustgesteld ga ik via een onopvallend luik de ‘winkel’ binnen. Een dame achter de beveiligde toonbank begroet me en ik besluit naar deze plaats te informeren. Mevrouw geeft aan dat men hier niet alleen Skooma kan kopen, maar ook op je gemakje kan nuttigen. ‘Wat is Skooma dan eigenlijk’, vraag ik onschuldig. Verbaast word ik aangekeken. ‘Wat doe je hier als je dat niet weet?!’ is duidelijk zichtbaar de gedachte die op dat moment door de bediende heen schiet, maar een professionele houding weerhoudt haar van het uiten van die gedacht. In plaats daarvan nodigt ze me uit te genieten van een heerlijke fles Skooma, on the house. De deal laat ik natuurlijk niet liggen en gretig grijp ik de hoogst illegale substantie uit haar handen. Een belangrijke missie ondernemen én keihard stonen, kan het beter?. Het donkerbruine vermoeden dat ik spijt ga krijgen van die opmerking komt plotseling bij mij op. Ik neem snel een flinke slok drank.
Ik ga er goed voor zitten. Hier komt de rush, de kick. Over een seconde voel ik helemaal niets meer, glijd ik over een bowlingbaan met Julianne Moore en veranderen mensen in monsters. Maar nee. Het blijft stil, zowel om me heen als in mijn hoofd. Er verandert niets. Teleurgesteld drink ik de resterende Skooma in één teug leeg, maar vooralsnog sta ik met beide benen op de grond. ‘Wat een afzetterij’, mompel ik zuchtend. Dan maar verder met de missie. Een medewerker komt langs en ik doe snel alsof ik alle kleuren van de regenboog voor me zie. Als hij langsloopt, vis ik vingervlug zijn sleutelbos uit z’n achterzak en ontgrendel de achterdeur.
Plotsklaps verandert de sfeer. Het bijna lieflijke stonerhok blijkt vervangen door een harde bende moordenaars. Nonchalant binnenlopend word ik natuurlijk vrijwel direct gespot en alle hel breekt los. Vampiers rennen van alle kanten op mij af en ik trek snel mijn zwaarden uit de holsters. Wild zwaaiend ren ik op het ondode tuig af, terwijl ik mij realiseer wat hier daadwerkelijk afspeelt: arme, ondeskundige Skoomaverslaafden worden naar binnen gelokt met een belofte van drugs en regenbogen, om vervolgens te eindigen als vampiervoer. Een vervelende ontdekking, want het betekent dat er meer weerstand zal zijn dan verwacht. Gelukkig snijd ik door de bloedzuigers als boter en ligt er al gauw een knappe hoeveelheid hoofden op de grond. Mij krijgen ze niet klein!
Uit voorzorg besluit ik toch maar een iets stillere aanpak te hanteren, dus ik zak door m’n knieën en begin te sluipen. Met mijn nieuwe kruisboog in de aanslag baan ik me een weg door de verscheidene gangen. Af en toe voorzie ik een vampier van een ietwat ruwe tempelmassage en na een tijd kom ik op plaats van bestemming. De fontein in het midden van het vertrek grijpt meteen mijn aandacht; er klopt iets niet. Je zou het zelf moeten zien. Ietwat verbaasd ga ik onverschrokken door en neem een beker vol van het bijzondere water, zoals Lord Harkon mij beval. Een laatste paar wanhopigen voeren nog een wanhoopsaanval uit, maar het is tevergeefs; mijn kruisboog maakt genadeloos korte metten met ze. Triomfantelijk keer ik terug naar het kasteel.
Vrolijk huppel ik de poorten binnen. Voordat ik het blijde nieuws aan Lord Harkon meedeel, besluit ik echter even naar de ingebouwde snackbar te gaan. En als vampier betekent een snackbar een kerker vol verdwaasde, vermoedelijk gedrogeerde stervelingen. Het is een vijfsterrenhotel tot en met. Ik zoek een sappige dame uit en ga los in haar nek, dat zalige vocht binnenslurpend. ‘Nu maar naar Harkie’, zeg ik vrolijk tegen mezelf. Ik toon hem de beker en zijn gezicht licht op. Hij geeft aan een aankondiging te willen doen en snelt naar het centrale balkon. Benieuwd wandel ik naar de grote zaal, nieuwsgierig naar wat de leider te zeggen heeft.
Rustig doch opgewonden kijkt Lord Harkon de kamer door. Dan neemt hij diep adem en zegt: ‘Vrienden, vampiers. Wij zijn allang onderdrukt door de tirannie van de zon. Velen van ons hebben getracht deze te beëindigen, maar dit bleek keer op keer een onmogelijke opgave. Tot nu! Nu hebben we eindelijk de mogelijkheden om de zon voor eens en voor altijd een halt toe te roepen!’ Vol ongeloof staar ik naar het stralende hoofd van Lord Harkon. Hoe is dit mogelijk? Is dit wel mogelijk? Ik weet het niet. Tegelijkertijd realiseer mij dat het vernietigen van de zon geen ruimte laat voor het dagelijks noteren van mijn bevindingen. Misschien dat een retrospectieve beoordeling mij in het geschiet ligt, zo begin volgende week. Tot dan!
loading

Populair Nieuws

Loading