GRID Review - Oude franchise terug van weggeweest of op zijn retour?

    GRID is terug met een nieuw deel. De bekende raceserie verdween met de komst van de huidige generatie consoles uit het zicht, maar heeft nu een reboot gekregen. Helaas pakt dat niet zo goed uit als gehoopt en waarom dat is lees je in onze GRID review.

    Codemasters heeft zich de afgelopen jaren vooral gefocust op de Formule 1- en DiRT-games, waarvan elk deel weer staat als een huis. Tussendoor kwam de ontwikkelaar met een uitstapje in de vorm van het veel meer arcade Onrush, dat veel parallellen vertoont met de inmiddels overleden Motorstorm games. Tussen die twee extremen in valt GRID, dat net als de voorgaande delen het midden houdt tussen arcade en simulatie. Laten we deze GRID review daarmee beginnen.

    GRID vergt wat oefening om soepeltjes over een omloop te scheuren, maar is beduidend meer vergevingsgezind dan een F1 of DiRT. Je moet weten waar je moet remmen en hoe je bochten moet nemen, maar hebt niet gelijk verloren als je de muur een keer raakt. Heb je wel een lekke band of tol je rond in het grind, dan kun je altijd nog flashbacks activeren en de tijd even terugspoelen.

    Van Classic Mini Cup tot muscle cars

    De aanpak van jou als coureur is wezenlijk anders dan bij de andere franchises van Codemasters. Perfectie is hier niet nodig, het gaat vooral om wiel-aan-wiel actie en daar mag best wat grof geweld bij komen kijken. Toch is het ook zeker geen Need for Speed en moet je iets meer je best doen om de besturing in de vingers te krijgen en een goed resultaat te behalen op een voor jou geschikt niveau. Race Driver: Grid uit 2008 had onder andere hierom zijn eigen charme en eigenlijk meer dan de nieuwe game heeft, waarover straks meer.

    Voor je de strijd op het asfalt aangaat heb je de keuze uit in totaal 66 verschillende wagens. Geen bijzonder groot aantal, maar met DLC wordt dat uitgebreid na de release. Die auto's zijn onderverdeeld in vijf disciplines: touring, stock, GT, Tuner en Invitational. Laatstgenoemde bestaat weer uit onder andere de Ferrari cup, F1000, Classic Mini cup en Historic GT. De eerste vier hebben dertien cups, die vaak bestaan uit twee tot vier korte races, maar Invitational biedt het dubbele aantal. Speel je er genoeg, dan krijg je toegang tot de showdown van die discipline en win je er daar vier van, dan kun je aan het ultieme kampioenschap meedoen: de GRID World Series.

    De verschillen tussen die klassen zijn goed te merken. Een Chevrolet Camaro zal zich zwaarder en logger gedragen dan een Honda S2000 of een Nissan 350Z. Codemasters heeft dan ook behoorlijk wat licenties op zak en zelfs de Renault R26, Fernando Alonso’s kampioensbolide uit het Formule 1-seizoen van 2006 in de game verwerkt. Over de Spaanse coureur gesproken, ook hij zit er met een bescheiden rolletje als tegenstander in, net als W Series-kampioen Jamie Chadwick.

    Matte ervaring

    Al die races start je vanuit hetzelfde menu en daardoor komt de game al bij de eerste indruk wat stoffig over. GRID heeft weinig om het lijf en doet ook geen moeite om dat te flatteren: het gaat puur om de races. Een goede soundtrack ontbreekt bijvoorbeeld, je hoort constant hetzelfde deuntje in het menuscherm. Aan de start van de race hoor je dezelfde voice-overs die tot een paar zinnetjes beperkt zijn, na afloop blijft dezelfde korte cutscene met de top-drie terugkeren.

    Zelfs de locaties zijn beperkt. Het is leuk om op officiële banen te kunnen rijden zoals Silverstone, Brands Hatch of de stratenrace van San Francisco uit het eerste deel, maar op een gegeven moment ben je er wel wat op uitgekeken. Dat ze een beetje variëren qua route door hier en daar een andere sector te gebruiken of je in tegengestelde richting laten racen is niet afdoende.

    Aankleding is er niet. Je gaat vanuit het menu bij het selecteren van een race regelrecht naar de startgrid, met de mogelijkheid om nog wat te tweaken aan je wagen en een hotlap te doen. Bij het afstellen van de wagen kun je het rijgedrag van je bolide nog enigszins aanpassen met gear ratio, vering, schokdempers, anti-roll bar en brake bias. Daarvoor heb je vijf standen per onderdeel. Bij de opties van de game zelf kun je extra dingen instellen die vooral met het niveau te maken hebben, zoals ABS traction control, stability control, schade, kunstmatige intelligentie en een racelijn.

    Teamgenoten en vijanden

    De kunstmatige intelligentie speelt een grote rol in GRID. Geen race verloopt hetzelfde, omdat de auto’s op de baan echt heen en weer slingeren om te verdedigen of in een gaatje te duiken en ook niet bang voor contact zijn. Dat komt de actie ten goede, al ontstaan de crashes en spinpartijen van anderen soms lachwekkend plotseling. Dat ze scripted zijn valt daardoor extra op.

    Tijdens de races heb je een teamgenoot, die vanuit het menu zelf te kiezen is. Elke coureur is gespecialiseerd in een bepaalde discipline en heeft een eigen prijskaartje. Hoe beter ze zijn, hoe duurder. Je teamgenoot kan ook voor jou verdedigen of aanvallen, maar in de praktijk merk je daar niet heel veel van. Het teamresultaat is uiteindelijk ook niet belangrijk, want je wint dingen door zelf eerste, tweede of derde te worden.

    Bots je te hard of te vaak tegen een ander aan, dan verandert diegene in een nemesis. Ze zullen je dan met gelijke munt terugbetalen en harder pushen wanneer ze achter je zitten. Het is net als het hebben van een teamgenoot een leuk idee, maar ook hier gebeurt niet genoeg mee om de gameplay echt uniek te maken. In plaats daarvan zijn het gimmicks die je niet nodig hebt en waar niet veel aandacht naar uitgaat.

    Geen grafisch wonder

    Zoals de rest van GRID, blijft de game op het gebied van graphics ook braaf en mist de wow-factor. De wagens ogen authentiek en klinken aardig, al mogen ze wat meer grommen en schreeuwen en missen ze qua geluid nog steeds een beetje een eigen karakter. Toch glimmen ze niet zoals in Forza of zelfs het vijf jaar oudere Driveclub. En aangezien de cockpit view niet is aan te raden omdat het vaak slecht zien is door teveel of te weinig licht, kijk je daar toch constant tegenaan.

    Het schademodel is dan wel weer gedetailleerd. Achterbumpers kunnen loskomen, de motorkap kan na meerdere keren hardhandig contact maken door de lucht vliegen, je kan een lekke band oplopen en overal wel deuken of krassen zien zitten. Het wekt een realistischere indruk dan Gran Turismo, dat hier nog altijd uiterst bedroevend mee omgaat.

    De wagens in GRID zijn niet te customisen, afgezien van een ander kleurtje lak. Het kleurenpalet van de game oogt daarnaast sowieso een beetje grauw en omgevingen zijn ook wat steriel en korrelig. Lelijk is het niet, maar een hoogvlieger ook allerminst. De belichting tovert bij vlagen wat prettige beelden op je scherm en een regenbui eveneens, al vallen de druppels in het laatste geval niet echt op je auto maar lijken ze er als textures opgeplakt.

    GRID Review - Oude klassieker heeft zijn glans verloren

    Het moet helaas gezegd worden: GRID is niet meer wat het ooit was. Misschien vraag je je na deze GRID review af waarom de destijds frisse race franchise met deze reboot van de plank is gehaald. Wij doen dat ook. De gelijkenissen met de oude delen zijn er, maar om echt indruk te maken levert het op veel vlakken in. In plaats van een spectaculaire racegame krijg je leuke races met weinig content en aankleding.

    De aankondiging van de game kwam vrij plotseling, de release er vrij snel achteraan. Daardoor krijg je de indruk dat GRID vooral een zoethoudertje is en niet de liefde heeft gekregen van de ontwikkelaar die het verdient. Verbeterpunten zijn er genoeg en het is te hopen dat een eventueel volgend deel de middenmoot ontstijgt en de franchise weer op de kaart zet.

    6

    De plus- en minpunten

    • Actievolle races
    • Sterk schademodel
    • Kale carrièremodus
    • Weinig variatie en content
    • Gimmicks zijn gemiste kans

    GRID (2019)

    Verkijgbaar vanaf 11 october 2019

    Meer over deze game

    © 2005 - 2020 XGN B.V. Alle rechten voorbehouden.