Dark Souls II maakte het je vooral lastig door steeds sterkere vijanden op je af te sturen. De magere undead die je tegenkomt aan het begin van je avontuur, worden al snel ingeruild voor reusachtige ridders, slijmerige monsters en draken. In de Crown of the Sunken King zijn het niet je botten, maar je hersens die flink gekraakt worden.

From Software lijkt de afgelopen maanden flink wat Zelda gespeeld te hebben, want een groot deel van deze uitbreiding ben je bezig met het oplossen van puzzels die Link op een doorsnee avontuur ook tegen het lijf loopt. Denk aan knoppen die je indrukt door erop te staan en schakelaars die met een welgemikte pijl een mechanisme in gang zetten. Dit zagen we tot nu toe nog nooit in DSII.

Dark Souls-momentje

Net als we ons weer even in Hyrule wanen, wordt deze droom de kop ingedrukt door een typisch Dark Souls-momentje. Een onschuldige trap naar beneden verschuilt een groot gat waar we dan ook al snel de dood vinden. In deze verzonken stad schuilt een You Died-scherm nog steeds om ieder hoekje. Gelukkig zorgt dit dan ook voor de constante spanning die de serie kenmerkt.

De manier waarop de uitbreiding aan je geïntroduceerd wordt is waanzinnig. Een grote stalen deur met allerlei vage tekens schermt een eeuwenoud rijk af, dat voor een groot deel is overspoeld met water en zand.

Zodra je uit de grot komt die je naar het nieuwe gebied leidt, strekt een reusachtige grot zich voor je uit, die (zoals we van de Souls-games gewend zijn) allerlei plaatsen laat zien waar je later zelf zult lopen. Dat grote meer helemaal op de bodem? Daar sta je met een beetje geluk over een paar uur ook. Wat je daar echter aantreft, maakt je misschien iets minder gemotiveerd om erheen te gaan...

Backstabplezier

De kans is ook groot dat je dit uitzicht even overgeslagen hebt. Na een paar meter bots je namelijk tegen een slapende draak op, die jou liever kwijt dan rijk is. Het geschubde wezen stijgt meteen op, en lijkt heel doelbewust naar een andere locatie te vliegen, alsof hij iets wil beschermen. Iets zegt ons dat we hem vast nog een keertje tegen zullen komen.

Dat er wat gepuzzeld moet worden om het einde van deze DLC te bereiken, betekent overigens niet dat je je zwaard thuis kunt laten. De beschimmelde ridders en duistere tovenaars die het op jou gemunt hebben, kunnen namelijk heel wat rake klappen weerstaan. Back stabs uitdelen is hierbij dus het devies, al lijken sommige tegenstanders speciaal gemaakt te zijn om de geoefende backstabbers te slim af te zijn.

Puzzels en geheimen

Toch begonnen we dezelfde paar vijanden na een paar uur spelen wel wat beu te raken. De ridders die je tegenkomt hanteren misschien verschillende wapens, maar het aantal unieke tegenstanders (met een eigen design) zijn haast op één hand te tellen. Dit bewijst wederom maar weer dat de nadruk in deze uitbreiding niet ligt op de combat, maar op de puzzels en het ontdekken van geheimen.

Want deze geheimen zijn er meer dan genoeg. Op iedere hoek is er een zijpaadje dat uitnodigt om ontdekt te worden. Of er nu een glimmend voorwerp aan het einde ligt of een indrukwekkend uitzicht zich aan je openbaart, de echte Soulsfan zal genieten van iedere vierkante centimeter van deze uitbreiding.

Welk verhaal?

De laatste twee gevechten die je voert in de DLC zullen je waarschijnlijk nog lang bijblijven. Voordat je terugkeert naar Drangleic met een volle rugzak met nieuwe gear, wachten twee enorme eindbazen op je. De één vergt wellicht wat meer strategie dan de ander, maar de plaatsen waar je het uitvecht zien er stuk voor stuk prachtig uit. De kans is groot dat je wat andere spelers in zult moeten schakelen, maar daar zijn gelukkig altijd de Sunbro's voor. Praise the sun!

Omdat dit slechts het eerste deel is van een trilogie, maken we ons niet al te druk over het verhaal. Dat kan ook moeilijk, omdat dit er amper is. In de eerste Dark Souls kregen we bij de Artorias-DLC nog tekst en uitleg over de locatie en waarom we hierheen gingen, in DSII is er niets van dit alles. Zoals gewoonlijk kun je wat conclusies trekken door de uitleg van items te lezen, maar wij hadden graag toch wat meer verhaal gehad om het avontuur wat meer diepgang te geven.

De locaties waar je doorheen loopt doen namelijk niet onder voor de mooiste uit Dark Souls II. Grote tempels, een ondergronds meer met reusachtige stenen pilaren en een verzonken gebouw waarbij je meter voor meter naar beneden moet zien te vallen zonder je nek te breken.

Crown of the Sunken King voorspelt veel goeds

Crown of the Sunken King is voor een fan van de serie absoluut verplichte kost. Het laat een kant zien van de game die we nog nooit zagen, heeft genoeg vette uitrusting om je middeleeuwse kledingkast mee uit te breiden en eindbazen om je controller kapot van te maken. Laat hem echter nog wel een beetje heel, want er komt nog heel wat moois aan als dit het niveau is van alle uitbreidingen voor Dark Souls II.