Alice: Madness Returns Preview

Het begon allemaal met American McGee’s Alice (overigens ook binnenkort aan te schaffen voor de Xbox 360 en PlayStation 3), een game die onverwachts een grote cultgame werd. Die origineel was, dat vooral. Het spel bracht je naar Wonderland, die echter niet zo mooi bleek te zijn. In de game moest je met Alice door een dwaze wereld zien te komen om tegelijkertijd je herinneringen weer op te halen. Dat lukte gelukkig en dus kwam Alice weer terecht in het mooie Londen. Maar ja, als je een tweede deel van het spel wilt maken, moet je als ontwikkelaar ervoor zorgen dat er weer iets ernstigs gebeurt. Daar heeft Spicy Horse Games voor gezorgd. Problemen.

De tweede keer
Het lijkt allemaal wel goed te gaan. Alice, een aardig mooi meisje die haar dagelijkse sessie met haar dokter heeft. De dokter sommeert haar om de erge dingen die zij heeft doorgemaakt te vergeten. Dat doen psychiaters. Proberen de erge dingen te laten vergeten. Dat gaat moeilijk, maar met geduld lukt dat wel. Ook dat heeft Alice in haar gedachten, maar na tien jaar beginnen er toch twijfels te komen. Dromen keren terug. Dromen uit Wonderland, die vervelende dromen. Alsof het een vicieuze cirkel is waarvan je niet los komt.

Ze heeft dan ook veel meegemaakt. Haar ouders zijn overleden. Dat verwerk je niet zomaar. Op een dag besluit Alice om naar buiten te gaan, en daar ziet ze een lief klein konijntje door de steegjes van Londen huppelen. Ze gaat dat konijntje achterna. Plotseling komen er allerlei vreemde, walgelijke wezens tevoorschijn. En ineens zijn ze weg. Visioenen, ook daar heeft Alice last van. Op een moment lijkt ze verloren te zijn, maar zo’n vreemd wezen verandert in haar tante. Gelukkig. Tante neemt haar mee naar het dak. En dan gebeurt er iets vreemds. Alice valt in een neerwaartse spiraal en komt uiteindelijk in Wonderland terecht. Alweer.

Een echte platformer
Het heeft misschien wel wat met The Hangover 2 te maken, die nu in de bioscoop te vinden is. “Can’t believe this is happening again!”, hoor je haar nog zeggen. Maar dat terzijde. Eenmaal beland in Wonderland, begint hetzelfde ritje weer. Maar niet zo dat het vrijwel hetzelfde is als in American McGee’s Alice. Natuurlijk, de gameplay blijft ongeveer gelijk. Alice is nog altijd een echte platformer, en van het concept dat voor veel succes bij de voorganger heeft gezorgd wordt dankbaar gebruik gemaakt.

Springen, puzzels oplossen, vijanden verslaan met niet al te veel wapens, dat soort dingen. Het voelt vertrouwd aan. Het geeft je het gevoel dat het spel jou ook mag. Het besturen van Alice gaat prima, en dankzij een prima tutorial krijg je al snel uitgelegd hoe dingen werken. Hoe je je wapens moet gebruiken. Zoals al eerder gezegd, worden er niet al te veel wapens gebruikt. Je hebt de beschikking over het welbekende Vorpal mes en een geweer. Daarnaast heb je ook nog je paraplu waarmee je schoten van anderen kunt weren en waarmee je kunt terugstoten.

Less is more
Het zijn er weinig, maar het is genoeg om van Alice: Madness Returns een aangename platformer te maken. Het hoeft allemaal niet zo uitgebreid. Less is more. Natuurlijk is het spel ongelofelijk uitgebreid qua omgevingen, puzzels, doolhoven en hindernissen. Dat hoort bij een platformgame. Het verveelt niet. En elke nieuwe ruimte is geen kopie van de vorige. Telkens iets nieuws. Het is dan ook geen wonder dat je na een kwartier staren naar je beeldscherm, totaal niet weet welke kant je op moet. Maar uiteindelijk kom je erachter hoe het moet. En dan schaam je je wel een beetje, want achteraf was het zeer makkelijk te vinden.

Pieken en dalen
Allemaal woorden, vol lof, voor deze game. Maar toch is er een stevig minpunt aan het spel zelf, waar vooral fans van het eerste uur mee zullen zitten. Anders gezegd: het is misschien meer een teleurstelling dan een minpunt. American McGee’s Alice stond bekend om zijn originaliteit. De omgevingen, het gekke verhaal, dat soort dingen. Dat geldt een stuk minder bij deel twee. Je verwacht er veel van, maar toch zul je af en toe teleurgesteld zijn.

Het probleem is dat het spel pieken en dalen heeft. De ene keer denk je dat het fabuleus gecreëerd is. En dan met name de omgevingen, de hindernissen, de puzzels, en uiteraard de zeer enge Cheshire Cat. Maar dat gevoel van euforie wordt soms gevolgd door een bittere teleurstelling. Dan is het spel opeens grauw, niet interessant en irritant. Wel moet gezegd worden dat de euforische momenten in de meerderheid zijn.

Een spektakelstuk
Daarom zullen de meeste gamers verrast worden door de zeer originele aspecten van de game. Grafisch gezien is Alice: Madness Returns geen schoonheid, maar wel specifiek: een eigen stijltje. De werelden zijn met de meest bizarre dingen gecreëerd. Het kan allemaal, simpel omdat alles één grote droom lijkt te zijn. Dan kan alles.

Daarnaast is er nog altijd de typische soundtrack in het spel. Maar als je het over het geluid van het spel hebt, dan gaat het vooral over hoe belangrijk dat is. Door je oren goed te gebruiken kun je weten waar de verborgen schatten ongeveer zitten, waar de hendel is, zodat je de hemelpoort kunt openen, dat soort dingen. Het komt niet vaak in platformgames voor, maar ook in dit soort games kan het geluid zeer belangrijk zijn. Mits er goed gebruik van wordt gemaakt. En dat is ook zo bij dit spel.

Een waar sprookje
Nog enkele weken te gaan en dan komt het spel uit. Moet ontwikkelaar Spicy Horse Games zich gaan haasten? Nee, de previewcode heeft bewezen dat alleen de puntjes op de i gezet moeten worden. Voor de rest voelt het spel compleet aan. Een groot pluspunt van Alice: Madness Returns is dat het een simpele, maar erg vermakelijke platformgame aan het worden is. Juist dat soort games komen we helaas niet meer zo vaak tegen. Het is al gezegd, maar toch is het een zeer belangrijke zin: “less is more”.