Beste gamelevels ooit – Wat is het?

Het komt niet vaak voor dat een game, of juist zijn moeilijkheidsgraad, een stempel weet te creëren waarmee je makkelijk andere games kunt definiëren; Soulslike. Toch weet Hidetaka Miyazaki dat te doen met zijn Souls-serie, zoals Demon Souls, de Dark Souls-trilogie en natuurlijk Bloodborne. Gamers krijgen te maken met een op het eerste oog onmogelijke opdracht, maar leren dat oefenen en het perfect uitvoeren van aanvallen en counters essentieel is voor de winst in de strijd om leven en dood.

Voor vele liefhebbers van Miyazaki’s titels weet vooral de eerste Dark Souls een bijzondere plek in hun hart vast te houden. Of het nu de bijna onbegonnen strijd is tegen Ornstein en Smough of de hel die voor velen Blighttown heet, het zijn momenten die elke Dark Souls-speler kent en ervaart. En het misschien na vele strubbelingen ook heeft overwonnen, wat voor een gelukzalig gevoel zorgt.

De eerste levels van Dark Souls zijn redelijk simplistisch en duwen je wel de goede kant op, maar het is aan jou om de aanvallen van monsters te overleven en verder te komen. Op dat moment ben je nog onwetend van de diepe en gelaagde structuur die Dark Souls kent met zijn geheel verbonden wereld. Een wereld waar jij als betreurenswaardig klein wezen doorheen rent, springt en rolt om maar niet dood te gaan.

Die verbonden wereld is een essentieel onderdeel van Dark Souls, want als gamer heb jij het gevoel dat je echt van de ene kant van de wereld naar de andere kant kan lopen. Zo kan jij van New Londo Ruins, het laagste gedeelte van de wereld, jezelf helemaal omhoogwerken naar Anor Londo, het hoogste punt van Lordran.

Dit zorgt voor een uniek gevoel, want vanaf Anor Londo kan jij weer naar beneden kijken en bepaalde plekken zien waar je hebt gestreden. Daar is de kathedraal met de twee gargoyles die je bont en blauw sloegen of of zie je juist de eerste contouren van het gevreesde Sen’s Fortress. Een level dat het uiterste van jou vergt.