Beat the Beat gaat al een hele poos mee. In 2006 verscheen het eerste deel uit deze serie voor de Game Boy Advance. De game verscheen alleen in Japan en is nooit naar Europa gekomen. De DS-versie genaamd Rhythm Paradise kwam in 2009 wel naar de Nederlandse winkels. Het spel werd geprezen om zijn verslavende uitdagingen. Deze maand kwam de serie voor het eerst naar een console. Onder de naam Beat the Beat: Rhythm Paradise probeert Nintendo nog een keer de harten van gamers te winnen.

Eenvoudige gameplay…
De gameplay is nog steeds hetzelfde als zes jaar geleden. Je krijgt minigames voorgeschoteld waarin je op de maat een knop moet indrukken. In totaal zijn er vijftig minigames in Beat the Beat, verdeeld in rijen van vijf. De eerste vier minigames in een rij zijn verschillend en de vijfde is een remix van de voorgaande vier. Je krijgt voor iedere minigame een uitleg van wat er gaat gebeuren en je kunt alvast oefenen, daarna krijg je de uitdaging om zo goed mogelijk op de maat mee te doen. Geen intensieve bewegingen, maar gewoon steeds op de A-knop of B-knop drukken.

…maar erg uitdagend
Ja, je gebruikt maar twee knoppen in de hele game. Is dat dan niet heel erg simpel? Nee, absoluut niet. De knop indrukken op de maat is een verrassend uitdagende taak. Een minigame perfect doorlopen zal maar zelden gebeuren. Tenminste, als je geen professioneel drummer bent. De gewone sterveling zal genoeg fouten maken om keer op keer terug te komen om een betere score neer te zetten. Het scoresysteem is eenvoudig gehouden. Als je het goed doet met maar enkele foutjes dan krijg je een medaille voor die minigame. Doe je het slechter dan krijg je een ‘Oké’ of een ‘Try Again’. Bij die laatste moet je ook echt opnieuw proberen. Je begint met één enkele minigame en door een Oké of hoger te scoren speel je steeds een nieuwe minigame vrij en dat gaat zo door tot je ze alle vijftig hebt gespeeld.

Kom je er echt niet uit en zitten je vingers helemaal in de knoop door een bepaalde minigame dan kun je na drie keer miserabel falen ervoor kiezen om de game over te slaan en automatisch de volgende minigame vrij te spelen. De game is totaal niet vergevingsgezind op die manier. Het wordt nooit makkelijker en de norm voor succes wordt niet versoepeld. Je zult gewoon beter moeten presteren of de handdoek in de ring gooien. Sommige mensen zullen wellicht claimen dat het spel soms te moeilijk wordt, maar net op zo’n moment krijg je de optie om iets over te slaan en kun je weer vrolijk verder.

Relax en heb wat lol
Extra je best doen om een medaille te halen in iedere minigame loont. Er zijn verschillende spelletjes die je kunt spelen naast de minigames. Deze speel je vrij door een bepaald aantal medailles te halen. Na een keer spelen heb je het bij deze echter wel gehad. Veel speciaals zit hier niet bij. De echte minigames zijn veel interessanter. Alles is typisch Japans. Het zit vol gekke personages en rare opdrachten vergezeld met een Oosterse kunststijl. Denk aan een minigame waarin je als samoerai tegen monsters vecht. Het spelletje ziet eruit als het kunstzinnige Okami en bevat typische elementen als vallende bloesem. Maar het kan ook veel vrolijker, zoals rollen in formaat met een aantal baby zeehondjes.

Beat the Beat zit vol met aparte dingen en niet iedereen kan daarmee leven. Maar eigenlijk zou iedereen het wel aan moeten kunnen. De game oppert zelf ook een oplossing om de serieuzere mensen zover te krijgen om Beat the Beat te spelen: haal die stok uit je kont en heb gewoon plezier. Je moet je niet druk maken om wat er gebeurt op het scherm. Als je er simpelweg van geniet kom je veel verder. Die tactiek werkt in praktijk ook perfect. Raak je helemaal opgewonden omdat je een bepaalde minigame niet voltooid krijgt dan doe je te veel je best. Ga achterover zitten en geniet gewoon van het ritme is dan het beste advies dat er is.

Het spel draait volledig om ritme. Je zou de game puur op gehoor kunnen spelen en nog steeds monsterlijke scores neer kunnen zetten. De game helpt daar ook bij door een geweldige soundtrack te bieden. Dat mag natuurlijk ook wel als je constant met ritme bezig bent. Nintendo heeft weer goed zijn best gedaan om pakkende deuntjes te creëren die voor je het weet de rest van de dag in je hoofd rondspoken. En dan kun je de gesproken taal ook nog op Japans zetten zodat je de originele muziek te horen krijgt. Dat klinkt als een leuke extra, maar het kan ook nog handig zijn als je te veel wordt afgeleid door de Engelse stemmen, waar trouwens niets mis mee is.

Can't stop the beat
De makers van de musical Hairspray hadden gelijk. “You can’t stop the beat.” Als je Beat the Beat: Rhythm Paradise eenmaal oppakt, zul je ook overgenomen worden door het ritme. De pakkende muziek en het uitdagend scoresysteem houden je lang genoeg bezig om Beat the Beat de moeite waard te maken. Wat simpel op twee knopjes drukken klinkt eenvoudig, maar dat is absoluut niet waar. De game blijkt een hele uitdaging waar zelfs de meest amuzikale personen nog plezier uit kunnen halen. Heb je je Wii nog niet bij het grof vuil gezet dan is Beat the Beat: Rhythm Paradise een goede reden om de console nog eens op te starten.