Capcom wil met Dragon’s Dogma niet één groot episch verhaal afleveren, maar een game die gameplay technisch gezien erg goed in elkaar steekt en vol met mooie gevechten zit. Echte, epische gevechten. Gevechten die je doen denken aan Shadow of the Colossus. Die blijdschap na het doodgaan van de eindbaas moet je voelen. Dát moet Dragon’s Dogma zijn.

Het hart
Wellicht heb je al de impressies gelezen, maar als je niet van de impressies bent dan is het natuurlijk altijd aardig om uit te leggen wat er precies aan de hand is in Dragon’s Dogma. Je begint met een zelf aangemaakt personage. Deze kun je op een uitgebreide manier aanpassen. Jezelf precies nabootsen is niet aan de orde, maar het komt wel aardig in de buurt. Eenmaal aangemaakt, beland je in het dorpje waar je al je hele leven woont. Je ziet Quina, het aantrekkelijke meisje waarbij je altijd verlegen raakt. Je kijkt even omhoog, en hoort wat gedonder. En iets raars.

Een soort drakenkreet, hoor je. En je zit niet fout. Er komt inderdaad een draak aan. Een draak die jouw dorpje bijna verwoest. Maar jij trekt je er niets van aan en dus ga je met je zwaard op die draak af. De draak maakt je dan ook binnen de kortste keren af. Je gaat dood. Je hart wordt afgepakt en je blijft daar liggen… tot je even later wakker wordt in het huis van Quina. Zonder hart. Wel met een leven. Je voelt het: jij bent de uitverkorene. Jij moet de draak zien te vinden.

Vechten, vechten, vechten
Misschien komt het verhaal mooi over, maar al gauw merk je dat het niet de rode leidraad in de game is. Meteen zie je dat het puur om vechten gaat. En dat heeft Capcom goed gedaan, door de variatie in de gameplay groot te houden. Je kunt met je teamgenoten lekker gaan vechten, maar naarmate je verder in het spel komt zul je enkele unieke vechtbewegingen leren. En daar zijn er veel van. Je kunt er overigens voor kiezen om het met een zwaard of met toverkrachten te doen, zolang je maar op één gebied focust. Het mooie is dat Capcom hiermee ervoor zorgt dat het vechten interessant en leuk blijft, dat mede komt door de enorme uitdaging die het spel biedt.

Lekker moeilijk
Dragon’s Dogma is namelijk best pittig. Een groepje goblins zul je niet even verslaan, vooral niet als je geen gezondheidsdrankjes bij je hebt. Dan is het je dood. Sowieso. Mocht je die goblins en dergelijke verslagen hebben, moet je niet denken dat je het spel aankan. Want er zijn een stuk grotere eindbazen. Nou ja, eindbazen. Hoe kan iets een eindbaas zijn als het spel er vol van zit? Elke ‘eindbaas’ heeft zo zijn eigen kenmerken en dus ook eigen zwaktes. Dit maakt het voor jou een stuk leuker aangezien je, elke keer als je een eindbaas tegenkomt, echt verheugd raakt. Het is dan weer tijd voor een echt moeilijk gevecht.

Pionnen
Denk echter niet dat het zo moeilijk à la Dark Souls is. Nee, absoluut niet. Het is moeilijk, maar een pijnbank als Dark Souls is het zeker niet. Dat komt misschien door het feit dat je pawns hebt. Inderdaad, pionnen. Teamgenoten zijn het. En die zijn van groot belang. Eerst maak je eigen teamgenoten, en voor de andere twee teamgenoten moet je op zoek gaan. Doe je dat door elk dorpje langs te gaan en audities te houden? Nee, je gaat naar een online portaal.

Je kunt de twee pawns namelijk online vinden, die van andere spelers zijn. Co-op, maar dan op een hele andere manier dus. En wat is het toch een geweldige constructie zeg. Niet meer telkens hoeven te wachten op je maat, die weer te lang bij zijn vriendin is gebleven, maar gewoon aan de slag gaan met zijn teamgenoot. Dat heeft veel voordelen. Eén, je hoeft niet meer gelijk te lopen met je maat. Twee, de pawns hebben zodanig ervaring opgedaan dat ze je ook nog kunnen helpen met quests en dergelijke.

Dragon’s Dogma zit namelijk vol met quests en die los je niet zomaar op. Gelukkig heb je dus een pawn, waarvan sommigen die ene quest al hebben gedaan. Nou, dan geeft ‘ie je adviezen en dergelijke. Hartstikke fijn is dat. Ook in het geval van eindbaasgevechten wil je teamgenoot wel eens een hint geven. Misschien moet je bij de staart beginnen – dat soort dingen.

Niet moeders mooiste
Dat zit dus helemaal snor met Dragon’s Dogma. Het lijkt wel alsof het spel haast perfect in elkaar zit. Nou, dat ook weer niet. Kijk eens naar die graphics. Anno 2012 kan dat toch niet meer? Oké, het heeft wel een uniek stijltje, maar vergeleken met Dark Souls is het toch een beetje teleurstellend. Beetje jammer is dat. Maar goed, je kunt niet alles hebben. Audiotechnisch gezien zit het daarentegen wel goed in elkaar, al is het wel zo dat je gek kunt worden van het ongelofelijk veel gepraat van je pawns. Alsof het twee vrouwelijke kraaien zijn, soms.

Enorm sterke role-playing game
Je kunt bij Dragon’s Dogma concluderen dat het gewoon een heel sterk spel is. Lekker te spelen, lekker uitdagend, lekker veel variatie, ga zo maar door. Mede door het creëren van een uniek pawn systeem blijft het spel uniek in zijn soort, en is daarom ook helemaal niet te vergelijken met die andere RPG met draken: The Elder Scrolls V: Skyrim. Appels en peren. Appels en bananen. Beiden van erg goede kwaliteit. Skyrim is een appel, Dragon’s Dogma is een peer. En een hele lekkere dus.